zaterdag 14 mei 2011

Contexten van de nationale cinema



Algemene Theorie; contexten van de nationale cinema
Jiska de Vries, AV 2

Film: ‘Simon’
Regie: ‘Eddy Terstal’

In dit paper zal ik de film ‘Simon’ bespreken naar aanleiding van een centrale vraag. De centrale vraag die ik stel, met betrekking tot deze film, luidt als volgt:

Centrale vraag:

Wat zegt de manier waarop de mensen met elkaar omgaan in deze film, over de Nederlandse identiteit?

Om deze centrale vraag te kunnen beantwoorden, zal ik een aantal deelvragen stellen en op zoek gaan naar een antwoord op deze vragen. Naar aanleiding daarvan hoop ik een antwoord te vinden op de centrale vraag.

De deelvragen zijn:

1) Wat is (nationale) identiteit?
2) Wat is de Nederlandse identiteit?
3) Hoe gaan de mensen in de film met elkaar om (welke verhoudingen en omgangsvormen zijn er)?
4) Wat zegt dit over de Nederlandse identiteit? (Wat is ‘typisch Nederlands’ aan de omgangsvormen binnen deze film?).

Alvorens de deelvragen te beantwoorden, zal ik een korte beschrijving geven van de film. Dan zal ik trachten de deelvragen te beantwoorden, waarna ik een conclusie zal trekken uit alle antwoorden van de deelvragen, en hiermee proberen mijn centrale vraag te beantwoorden.

Korte beschrijving van de film

De film ‘Simon’ gaat over een man, genaamd Simon; een rasechte Amsterdammer die in hasj en wiet handelt en een vriendschap onderhoudt met een homoseksuele tandheelkunde-student, genaamd Camiel. Dit is een bijzondere vriendschap; niet alleen vanwege het duidelijke verschil in achtergrond tussen beide heren (Camiel studeert aan de universiteit, spreekt ABN en komt uit een gegoed milieu, ‘Simon’ is een echte Amsterdamse volksjongen en gedraagt zich niet altijd even ‘netjes’), maar ook vanwege het feit dat Camiel homoseksueel is en Simon overduidelijk hetero (en zeer mannelijk).
Camiel wordt door Simon uitgenodigd mee te gaan op vakantie naar Thailand. Daar vindt een gebeurtenis plaats waardoor de vriendschap op de proef wordt gesteld.
De twee verliezen elkaar uit het oog, waarna ze elkaar veertien jaar later weer tegenkomen. Simon blijkt ernstig ziek te zijn en Camiel en Simon vinden elkaar en hun vriendschap weer terug. Ze zijn beiden verandert, toch lijkt het weer als vanouds, ware het niet dat Simon ernstig ziek is. Camiel steunt Simon en zijn kinderen (samen met zijn vriend Bram) tijdens zijn ziektebed.
Na een tijdje blijkt Simon niet meer beter te kunnen worden en er moeten afspraken gemaakt worden. Simon wil euthanasie laten plegen en dit roept weerstand op bij zijn dochter en vragen bij Camiel.
Simon laat uiteindelijk toch euthanasie plegen te midden van Camiel, zijn kinderen, en wat vrienden. Camiel en zijn vriend zullen de zorg van de twee kinderen van Simon op zich nemen.
Ik zal nu de deelvragen in genoemde volgorde gaan behandelen.

  1. Wat is (nationale) identiteit?

Om deze vraag te beantwoorden, zal ik allereerst het woordenboek, de ‘Van Dale’, raadplegen.
De van Dale zegt er het volgende over: identiteit; 1. eenheid van wezen, volkomen overeenstemming (...), 2. eigen karakter, het individuele kenmerk.
In het boek ‘Nationale identiteit; van Nederlands probleem tot Nederlandse uitdaging’, staat het volgende: ‘Identiteit wordt in tweeërlei zin gebruikt: als statische expressie van wat ieder mens of groep eigen is- de nadruk ligt hier op continuïteit-; en in dynamische zin als een continu veranderend zelfontwerp'. Er is ook een tussenvorm waarin continuïteit en verandering hand in hand gaan (...)’. (uit ‘levensdrift is distinctiedrift’ -Carry van Bruggen, onder redactie van S.W. Couwenberg).
In hetzelfde boek staat ook het volgende: ‘Een onderneming of land beschikt over de instrumenten symboliek, communicatie en gedrag om een bepaalde ‘corporate identity’ te realiseren. Symbolen van een onderneming zijn het logo, de huisstijl, bedrijfskleding, etc. Voor een land gelden symbolen als vlag, geld, volkslied, klederdracht, monumenten en allerlei nationale festiviteiten.
Het is echter vrijwel onmogelijk alleen door middel van symboliek te communiceren, omdat mensen bewust of onbewust al hun zintuigen inzetten om een totaalbeeld te vormen. Daarom moet er ook rekening worden gehouden met het gedrag van een onderneming of land. Het belangrijkste en meest werkzame corporate identity van een onderneming of land is het gedrag (...)’.
En: ‘Zoals gesteld is de ‘corporate identity’ van een land niet eenduidig, maar bestaat uit deelidentiteiten van de belangrijkste sectoren in onze samenleving: overheden, organisaties en ondernemingen.(E. Denig uit ‘ambities van een eigenzinnig land’).

Ter aanvulling vertelt Wikipedia mij dat het begrip ‘identiteit’ uit verschillende begrippen bestaat: persoonlijke, genetische, sociale, culturele, online, pan-Europese en nationale identiteit. Van al deze begrippen zal ik de persoonlijke identiteit, sociale identiteit, de culturele identiteit en de nationale identiteit toelichten.
De persoonlijke identiteit; hiervan zou sprake zijn van een persoon of een organisatie. Als we het over een persoon hebben, valt ‘persoon’ (volgens Rene Descartes) te definiëren als: ‘het geestelijk subject dat aan alles kan twijfelen behalve aan zijn eigen bestaan als subject. Alles wat subject is, met andere woorden ervaringen heeft van welke aard dan ook, is hierbij een persoon. ‘Persoon’ is dan het subject van alle psychische ervaringen.’
De sociale identiteit; ‘dit verwijst naar de groepen waartoe wij ons rekenen, samen met het emotionele belang en de waarde die wij aan die groepen hechten. Hoe meer wij ons identificeren met een groep, hoe meer die groep wordt geïnternaliseerd in ons zelfbeeld, en hoe vager het onderscheid tussen de groep en het individu wordt.’
De culturele identiteit; ‘in het primordialisme zegt men wel dat culturele identiteit gemaakt is door de mensen vroeger. Het heeft een kwaliteit die we willen doorgeven, die we willen uitbouwen en waarvan we niet willen dat het ondermijnd wordt.’ (...) ‘Een culturele identiteit ontstaat als een samenleving kiest voor een groepsverbondenheid die ze zelf definieert op grond van gemeenschappelijke waarden en normen, en op grond van een gemeenschappelijk verleden. Culturele identiteit is een toeschrijvingproces dat wortelt in een historisch continuïteitsbesef.’
Ten slotte verteld het boek ‘Nationale identiteit; van Nederlands probleem tot Nederlandse uitdaging’, mij het volgende over nationale identiteit: ‘Nationale identiteit is in mijn zienswijze het verhaal van een zich ontwikkelend nationaal zelfbesef met wisselende accenten, al naar gelang de historische constellatie, maar met meer continuïteit dan historici tegenwoordig vaak beweren. Het is de expressie van een zekere mate van culturele integratie en sociale cohesie, tot uiting komend in samenbindende elementen als: een gemeenschappelijke taal, geschiedenis en daarin geworteld erfgoed en in samenhang hiermee een gevoel van historische lotsverbondenheid; een zich ontwikkelend complex van gemeenschappelijke tradities, waarden belangen; en nationale instellingen als belichaming daarvan.’ (uit ‘levensdrift is distinctiedrift’ -Carry van Bruggen, onder redactie van S.W. Couwenberg)

  1. Wat is de Nederlandse identiteit?

Op 24 september 2007 sprak prinses Maxima in een toespraak haar ideeën uit over de Nederlandse identiteit. Volgens prinses Maxima zou ‘de’ Nederlandse identiteit niet bestaan: ‘Nederland is veel te veelzijdig om in één cliché te vatten. ‘De’ Nederlander bestaat niet. Als troost kan ik u zeggen dat ‘de’ Argentijn ook niet bestaat.’
Het lijkt mij voor het beantwoorden van de deelvraag: ‘wat is de Nederlandse identiteit’ echter niet noodzakelijk om al dan niet vast te moeten stellen of de Nederlandse identiteit bestaat. Ik zal de deelvraag trachten te beantwoorden vanuit de aanname dat de Nederlandse identiteit wel degelijk bestaat.
Wat is de Nederlandse identiteit?
In het boek ‘Nationale identiteit; van Nederlands probleem tot Nederlandse uitdaging’, schrijft E. Denig het volgende over het imago van Nederland: ‘De basistinten van Nederland berusten op eeuwenoude thema’s, zoals strijd tegen het water, tolerantie, handelsgeest, nuchterheid en zindelijkheid. Maar ook de negatieve tinten, zoals gierigheid, belerendheid en botte omgangsvormen, worden ons al eeuwenlang nagedragen (...).’
De Amerikaanse antropologe Ruth Benedict, heeft in 1943/44 onderzoek gedaan over Nederland, voor het Office of War Information (over het te verwachten gedrag van de Nederlanders ten opzichte van de Amerikaanse troepen tijdens en na de bevrijding), met als uitgangspunt de Nederlandse zelfverzekerdheid. De Nederlander noemt zichzelf volgens haar ‘individualistisch’, hetgeen vervolgens leidt tot oneerbiedigheid voor gezag, voorliefde voor afkraken en ‘op je rechten staan’.
Volgens Benedict is de typische Nederlander zelfverzekerd, trots en ironisch, zedig en zinnelijk, prudent, spaarzaam en behoudend, huiselijk en georiënteerd op het gezin, ernstig en zwaarmoedig, en bewust van rangen en standen.
Dr. Geert Hofstede heeft ook getracht het Nederlandse volkskarakter te beschouwen (op grond van wetenschappelijk onderzoek voor IBM, 1987), en deed dit aan de hand van acht kenmerken: 1) de dominee (moralistisch/paternalistisch), 2) de huisvrouw (gezellig/schoon), 3) de verpleegster (verzorgend/vredelievend), 4) de herbergier (gastvrij/tolerant), 5) de reiziger (niet patriottisch-internationaal, 6) de handelaar (betrouwbaar/geldzuchtig), 5) de burger/boer (vrijheidslievend/middelmatig/bot).
Als ik zelf nog enkele eigenschappen van de Nederlandse identiteit probeer te benoemen, dan zijn dat, de termen ‘poldermodel’ (consensuscultuur), het calvinisme, nuchterheid, en het gedoogbeleid, waar Nederland ook in de rest van de wereld erg bekend om staat. Veder heb ik vaak gelezen dat Nederlanders (tegenover buitenlanders) vaak direct en hard en lomp of onbeleefd over kunnen komen.
In het boek ‘Nationale identiteit; van Nederlands probleem tot Nederlandse uitdaging’, wordt hierover het volgende geschreven: ‘Over het algemeen blijkt het buitenlandse beeld van Nederlanders vrij positief te zijn. Negatieve reacties hebben vooral betrekking op onze bemoeizucht en morele arrogantie, en onze directheid in de omgang, die buitenlanders ervaren als lomp en onbeleefd en voor Japanners in Nederland zelfs de grootste cultuurshock blijkt te zijn, en onze te ver doorschietende tolerantie, met het drugsbeleid als saillante uiting daarvan’ (uit ‘levensdrift is distinctiedrift’ -Carry van Bruggen, onder redactie van S.W. Couwenberg).

Waarschijnlijk zullen veel Nederlanders in het bovenstaande verhaal wel iets herkennen. ‘Gezellig’ is niet voor niets een typisch Nederlandse uitdrukking en ‘de strijd tegen het water’, ‘tolerantie’, ‘handelsgeest’ ‘nuchterheid’, ‘moralisme’ en ‘geldzuchtigheid (gierigheid)’ zal geen enkele Nederlander vreemd in de oren klinken. Hoewel ik mij realiseer, dat niet goed geïntegreerde Nederlanders deze termen misschien helemaal niet zo vertrouwt in de oren zullen klinken, of dat zij deze termen misschien niet eens zullen begrijpen.
Maar ik neem aan dat de iets beter geïntegreerde Nederlander toch zeker wel iets van deze begrippen om de Nederlanders te omschrijven, zal herkennen en erkennen. Hiermee kom ik op het begrip ‘tolerantie’. Lang liet het Nederlandse volk zich erop voorstaan een tolerant en open volk te zijn. De laatste jaren lijkt er echter twijfel te ontstaan rondom deze karakteromschrijving van de Nederlanders. Is Nederland wel zo tolerant? En als Nederland tolerant wil zijn, hoe tolerant willen de Nederlanders dan zijn? En zijn er grenzen aan deze tolerantie? Het integratiedebat heeft hier vele vragen over opgeworpen en deze vragen worden vanuit links en rechts politiek Nederland op verschillende manieren beantwoord.
Door het integratiedebat worden ook vragen opgeworpen over de Nederlandse identiteit. Het is niet voor niets dat de uitspraak van prinses Maxima zoveel consternatie veroorzaakte. Misschien heeft zij de achilleshiel van Nederland op dat moment wel geraakt zonder dat dit haar bedoeling was.
Identiteit van een persoon of een land is mijns inziens iets wat op zichzelf kan bestaan, maar ook bestaat vanwege het verschil dat er bestaat tussen de ene en de andere identiteit. Juist door de (kleine) verschillen wordt duidelijk wat een enkele identiteit betekend ten opzichte van een andere identiteit. Echter om het verschil te kunnen zien, moet het ook duidelijk zijn waar de enkele identiteit uit bestaat.

  1. Hoe gaan de mensen in de film met elkaar om (welke verhoudingen en omgangsvormen zijn er)?

Het meest opvallende aan de film ‘Simon’ is denk ik wel de onwaarschijnlijke vriendschap tussen Simon en Camiel. Camiel die homoseksueel is, zachtaardig, hoog opgeleid en uit een welgesteld milieu komt, en Simon die macho is, een beetje asociaal, er illegale handeltjes op nahoudt en een coffeeshop heeft (wat er later meer worden).
Aan het begin van de film wordt gelijk duidelijk dat de homoseksuele geaardheid van Camiel volledig geaccepteerd wordt door Simon. Camiel wordt door Simon aangereden met zijn auto, en het eerste wat Simon zegt is: ‘Kut, loop ik gewoon tien punten mis...nichten tellen dubbel’. Simon maakt een grap over het feit dat Camiel homo is en dat maakt dat de kijker weet dat dit feit geaccepteerd is door Simon. Als het niet geaccepteerd zou zijn, zou er waarschijnlijk geen grap over gemaakt zijn. Door de grap die Simon maakt, wordt gelijk duidelijk hoe Simon staat tegenover Camiel’s geaardheid, en hij maakt het tegelijkertijd ook bespreekbaar. Het is blijkbaar niet iets waar niet over gesproken mag of kan worden.
De grappen over de geaardheid van Camiel gaan nog de hele film door. Ook worden de homoseksuele eigenschappen van Camiel goed duidelijk doordat het zo’n contrast vormt met de macho-mentaliteit van Simon en zijn vrienden. Het feit dat Simon en zijn vrienden de geaardheid van Camiel accepteren, zegt iets over hun karakters, maar ook over het land en de stad waarin zij wonen (Amsterdam). Simon en zijn vrienden zouden symbool kunnen staan voor onze nationale identiteit, waarbij tolerantie hoog in het vaandel staat en iedereen geaccepteerd wordt zoals hij is.
De manier waarop Simon met Camiel omgaat komt vaak hard, onbeleefd en direct over. Simon maakt ook vaak grappen over dingen die eigenlijk gevoelig liggen, zoals nadat Simon Camiel had aangereden. Simon zag Camiel aan komen lopen, een week na de aanrijding, en zei tegen zijn vrienden: ‘die liep vorige week nog mijn jeep weg te koppen’. Terwijl Camiel toch wel in het ziekenhuis was beland na de aanrijding en Simon de schuldige was. Ik kan me voorstellen dat het voor buitenlanders nog schockerender is, om te horen of zien wat Simon allemaal zegt en op welke manier.
De manier waarop Simon met Camiel omgaat vormt een groot contrast met hoe Camiel met Simon omgaat. Camiel blijft vaak beleefd, een beetje bescheiden, en zeer respectvol. Hoewel Camiel soms ook wel harde grappen kan maken.
Simon is ook nuchter en relativerend in zijn uitspraken en grappen. De manier waarop hij aan Camiel verteld dat hij kanker heeft, illustreert dat goed. Simon zegt, nadat hij Camiel weer heeft aangereden (en hem weer ziet na jaren geen contact): ‘Zo dus jij leeft nog’ Camiel:’ ja’. En dan zegt Simon: ‘ja, nog wel, ik heb kanker. Ja, niks aan te doen.’
Simon heeft geen ontzag voor mensen met autoriteit, zo wordt duidelijk als hij wordt aangehouden door de politie. De politieagent die Simon aanhoudt zegt: ‘U heeft de laatste paar minuten vooral in de berm gereden, meneer’ en Simon zegt: ‘ben jij niet van de Village People? Waar zijn die anderen, die Indiaan en die leernicht?’. En als hij dan een boete krijgt voor zijn rijgedrag, zegt hij nog: ‘toch nog goed terecht gekomen voor zo’n kutband!’.
Wat Simon hier tegen de agent zegt, is erg brutaal en respectloos, zeker omdat hij te maken heeft met iemand met gezag. Dat doet hem blijkbaar niets, maar de politieagent lijkt er ook niet van op te kijken dat er zo op hem gereageerd wordt. Daardoor lijkt het normaal dat het er zo aan toegaat. Ik moet zeggen dat het mij ook best reëel overkomt, maar ik denk dat iemand zoiets in het buitenland absoluut niet zou kunnen maken ten opzichte van een politieagent.

De homoseksuele relatie tussen Camiel en zijn vriend Bram, wordt ook breed uitgemeten in deze film. Er wordt ongegeneerd getoond hoe deze homomannen met elkaar omgaan, elkaar knuffelen, voor elkaar zorgen, en met elkaar kibbelen als een getrouwd (hetero) stel. Ik heb nooit eerder in een film zo realistisch en openbaar gezien hoe een homostel met elkaar omgaat. Vooral de intimiteit tussen de twee viel mij op. Het kwam erg realistisch en ‘doodnormaal’ op mij over, alsof het een man en een vrouw betrof, terwijl het toch echt twee mannen waren. De manier waarop de twee mannen met elkaar omgaan is af en toe hilarisch om te zien omdat het net een ‘normaal’ getrouwd stel lijkt, maar het juist niet is.
De manier waarop de kinderen van Simon met hun eigen vader maar ook met andere volwassenen omgaan, is anti-autoritair en vrij. Zij gaan met elkaar om alsof zij gelijkwaardig zijn en er lijkt geen sprake te zijn van een autoritaire opvoedsituatie of enige vorm van hiërarchie. Wanneer Simon besloten heeft euthanasie te laten plegen, en zijn dochter het hier niet mee eens is, is haar stem voor Simon doorslaggevend om het plan terug te draaien. Daarmee wordt duidelijk dat zijn dochter op dat moment evenveel of zo niet meer te zeggen heeft over het leven van haar vader. De verhoudingen lijken dan bijna omgedraaid.
De manier waarop er met de ziekte van Simon wordt omgegaan in deze film, is ook opvallend. Er wordt open gesproken over alles wat er met Simon gebeurt, ook over de gevoelige onderwerpen zoals het plegen van euthanasie. Iedereen steunt elkaar en Simon maakt grappen over zijn ziekte, waardoor het hele gebeuren weer wat nuchter wat bekeken. Doordat er open over de ziekte wordt gesproken, lijkt het dragelijker te worden voor Simon en zijn omgeving, en wordt ook duidelijk hoe iedereen het ziektebed ervaart. Zo wordt eveneens duidelijk dat de dochter van Simon het in eerste instantie niet eens is met het euthanasieplan van vader, maar wordt na overleg met meerdere personen toch door Simon besloten het wel te doen. In dit besluit is iedereen gehoord.
4) Wat zegt dit over de Nederlandse identiteit? (Wat is ‘typisch Nederlands’ aan de omgangsvormen binnen deze film?).

Het feit dat de film gevoelige onderwerpen als de dood (van een relatief jonge man), het omgaan met ziekte, en euthanasie laat zien, zou ik wel als ‘typisch Nederlands’ kunnen benoemen. Nederland is vooruitstrevend ten opzichte van andere landen, in het omgaan met gevoelige onderwerpen als euthanasie en het bespreekbaar maken van dit soort onderwerpen. Zo heeft Nederland als eerste land van de wereld euthanasie gelegaliseerd (euthanasiewet is in werking getreden op 1 april 2002) en ook het Nederlandse gedoogbeleid laat zien dat moeilijke zaken bespreekbaar worden gemaakt en er afspraken over gemaakt kunnen worden.
De directheid waarmee deze onderwerpen in de film aan de kaak worden gesteld, in de gesprekken tussen de personages, zou ook ‘typisch Nederlands’ genoemd kunnen worden, en deze manier zou voor buitenlanders misschien als te direct of ongegeneerd beschouwd kunnen worden.
Ook de manier waarop er met de homoseksuele geaardheid van Camiel wordt omgegaan door de andere personages binnen de film, zou in het kader kunnen passen van Nederland als vrijzinnig en tolerant land waar iedereen geaccepteerd wordt zoals hij is, en alles bespreekbaar is.
De manier waarop er met autoriteit wordt omgegaan, zoals bij het hierboven beschreven stuk met Simon en de politieagent, waarbij er geen respect lijkt voor gezag, is ook ‘typisch Nederlands’ te noemen. De kinderen van Simon tonen eveneens weinig ontzag voor volwassenen of hun eigen vader. Ze zijn niet respectloos, maar er is duidelijk geen sprake van grote machtsverhoudingen of van enige vorm van ongelijkwaardigheid tussen de kinderen en de volwassenen.
Simon gaat op een nuchtere manier met zijn ziekte om en pleegt overleg met zijn naasten over zijn naderende einde door middel van euthanasie. De nuchtere wijze waarop Simon met zijn ziekte omgaat, en het feit dat alles rond zijn ziekte bespreekbaar en in goed overleg wordt afgehandeld, geven ook duidelijk het Nederlandse karakter van de film weer. Het overleg en het bespreken van de gevoelige zaken rondom het overlijden van Simon lijken erg illustrerend voor de Nederlandse cultuur, omdat hierin het poldermodel en de Nederlandse consensuscultuur te herkennen valt.
De hardheid en directheid van met name Simon’s grappen, staan misschien ook symbool voor de Nederlanders die door buitenlanders vaak als lomp en onbehouwen worden bestempeld. De grappen van Simon waren soms ook relativerend en daarin zou de Nederlandse nuchterheid misschien te herkennen zijn.
Het feit dat een welgesteld persoon als Camiel, met een homoseksuele geaardheid, een vriendschap kan onderhouden met een tikkeltje asociale macho-man als Simon, laat ook de Nederlandse tolerantie zien als kenmerk van de Nederlandse identiteit.
Tot slot denk ik dat het open en bloot laten zien van wat er gaande is binnen de film; de homoseksuele relatie tussen Camiel en Bram, de ziekte van Simon en het plegen van zijn euthanasie en de schaamteloosheid en directheid waarmee hiermee wordt omgegaan door de hoofdpersonen in de film, wederom kenmerkend is voor de Nederlandse identiteit.

Conclusie

Mijn centrale vraag was:
Wat zegt de manier waarop de mensen met elkaar omgaan in deze film, over de Nederlandse identiteit?
Ik denk dat ik in het stuk dat ik geschreven heb, op een zekere manier al antwoord heb gegeven op deze vraag, maar zal proberen dit nog eens kort en bondig te formuleren.
De manier waarop de mensen met elkaar omgaan in deze film, zegt over de Nederlandse identiteit: dat deze gekenmerkt wordt door nuchterheid, tolerantie (al wordt er tegenwoordig met betrekking tot het integratiedebat aan getwijfeld of Nederland wel echt zo tolerant is), hardheid, directheid, lompheid, consensuscultuur, en de vrijheid van het individu dat hoog in het vaandel staat (dit wordt ook ondersteund door de prominente plek die het plegen van euthanasie inneemt in deze film, dat is immers een vorm van lotsbeschikking dat het individu de vrijheid geeft zelf te beschikken over zijn naderend levenseinde).

1 opmerking:

  1. Greetings back from Holland.
    But I'm wondering how you can understand my language...?

    BeantwoordenVerwijderen